Aan de praat met Eus en Menno: ‘De kunst is je niet te ergeren, maar te verwonderen’

MEIERIJSTAD / SCHIJNDEL - Ze zijn wethouder van Meierijstad, maar ook Schijndelaar: Eus Witlox en Menno Roozendaal over het eerste half jaar Meierijstad en over de tijd die nog komen gaat.

Ze waren wethouder van een gemeente van 24.000 inwoners. Een dorp. Een dorp dat alles goed voor elkaar had. De scholen, sportvoorzieningen, zorg en welzijn: Schijndel liep op rolletjes. Nu zijn Menno Roozendaal en Eus Witlox ruim een half jaar wethouder van een dorpenstad. Een gemeente met bijna 80.000 inwoners die qua oppervlakte zelfs de grootste van Noord-Brabant is. “Enerzijds is veel van ons werk hetzelfde gebleven, anderzijds is alles totaal anders omdat de schaal een stuk groter is”, vertelt Eus Witlox.

Niet koppig
Op het terras bij De Schaapskooi praat DeMooiSchijndelKrant bij met de wethouders: twee Schijndelaren in een zevenkoppig college (zes wethouders en de burgemeester) dat de zware taak heeft een nieuwe fusiegemeente gestalte te geven. “Of het anders is nu? Wij zijn zoals we zijn en nemen onze karakters mee”, zegt Roozendaal. “Maar we zijn niet koppig en staan open voor veranderingen. Ik merk ook dat in de regio anders wordt aangekeken tegen Meierijstad dan destijds tegen Schijndel. Meierijstad is een mid-size gemeente, we komen nu na Den Bosch en Oss. Ook budgettair gezien kan Meierijstad meer inbrengen.”

Gouden greep
De voornaamste redenen voor de fusie waren: meer bestuurskracht, een kostenbesparing vanwege het bundelen van krachten én meer invloed krijgen. “Hoewel zeker nog niet alles op rolletjes loopt en de fusie vooralsnog geld kost in plaats van oplevert, ben ik er van overtuigd dat Meierijstad op den duur een gouden greep blijkt. Je hebt echt tijd nodig voor een fusie”, zegt Witlox. “De kunst is om je niet te ergeren aan dingen die anders gaan, maar om je te verwonderen. Mensen willen snel resultaat zien, maar het duurt nou eenmaal even voor de verbeteringen zichtbaar zijn.” Hij vervolgt: “De machine moest gaan draaien, iedereen moest elkaar leren kennen én er lagen meteen pittige projecten. Er was veel in te halen, want de laatste maanden van de voormalige gemeenten werden geen grote besluiten meer genomen. We hadden natuurlijk allemaal een basiskennis vanuit de campagne, maar moesten desondanks veel inlezen.” “De druk was ook heel groot”, vult Roozendaal aan. “De raadsleden verwachtten meteen actie, terwijl wij ons moesten inlezen en inwerken. Dat kost echt tijd. We gingen soms bewust op de rem staan. Zeker in het begin hielden we er zelf echt de rust in.” “Ik laat me niet opjagen”, reageert Witlox.

Groter
Alles is omvangrijker nu, voor de Schijndelse wethouders. Witlox: “De geldbedragen en de projecten, denk aan de N279 of de megastal in Nijnsel. Dat zijn projecten van vele miljoenen en in het geval van de megastal zelfs met landelijke aandacht. Dat kenden we in Schijndel niet. In Schijndel was alles ook heel losjes geregeld, op vertrouwen gebaseerd. Die werkwijze is nu echt anders, dat moet ook wel.” Roozendaal lacht. “Mijn kantoor was in Schijndel een soort wachtruimte voor de bezoekers van Eus. Zijn afspraken liepen altijd uit, en dan kwamen de volgende bezoekers even bij mij kletsen. De deur stond namelijk altijd open. Als Eus klaar was, ging het bezoek naar hem en kwamen zijn vorige gasten naar mij.” De wethouders lachen. “Haha, ja, ik praat graag”, zegt Witlox, quasi-verontschuldigend.

Geen eigen kantoor
In Meierijstad hebben de wethouders geen eigen kantoor meer. Gebroederlijk zitten de vijf heren en ene dame aan een groot eiland van bureaus in één ruimte. “Eigenlijk hebben we nu allemaal één grote portefeuille: samen de nieuwe gemeente besturen”, zegt Witlox. De rol van wethouder is niet veranderd. “Ik merk wel dat Schijndelaren me nu meer zien als een verlengstuk van Schijndel. We zijn wethouders van Meierijstad en kunnen niet continu opkomen voor alleen de belangen van Schijndel. Meierijstad bestaat uit dertien kernen en daar zijn we ons als college goed van bewust.”

Sociaal
Het komt regelmatig terug in het gesprek: in Schijndel hadden ‘we’ het goed voor elkaar. Roozendaal: “Schijndel is een zeer sterk sociaal ontwikkeld dorp. Volgens mij komt dat door de Granaatweken van na de oorlog en de sluiting van Jansen De Wit. Toen hebben de Schijndelaren op moeten krabbelen en alles weer op moeten bouwen. Wij vertrouwen dus ook op de veerkracht van de Schijndelaren bij deze fusie. Dit dorp kan alles aan.”
Witlox gaat in op het gemeentehuis aan de Markt, dat geen overheidsgebouw meer is wat door veel mensen als een gemis wordt ervaren. “Geloof me, het wordt er alleen maar beter op. Daar ben ik echt van overtuigd. In dat gebouw moet leven komen, gewoond worden, daar moeten mensen zijn. Niet alleen tijdens de openingstijden van een gemeentehuis.”

Meedoen
Burgerparticipatie is een veelgehoord woord in Meierijstad. In Schijndel kenden ze dan al. “Meedoen, noemden wij dat gewoon”, lacht Witlox. “En ik merk dat de andere wethouders dat woord ook steeds meer gaan overnemen. Want burgerparticipatie betekent niets meer dan dat burgers meedoen. Meedoen met het bedenken, met het beslissen en soms zelf met uitvoeren.” “En ja, dat kan soms ook misgaan”, vult Roozendaal aan. “Het is dan de kunst om op je handen te blijven zitten. Laat het maar misgaan, het lost zichzelf wel weer op. Alle dertien kernen hebben overigens mooie projecten waar ze trots op zijn en die tot stand zijn gekomen door burgerparticipatie.” “Door burgers mee te laten doen”, reageert Witlox weer.

Zelfvertrouwen
Het zal nog even duren voordat de machine die gemeente Meierijstad heet, zonder horten en stoten loopt. De wethouders zien heus wel dat er nog dingen misgaan, maar blaken van het (zelf)vertrouwen dat het allemaal goed komt. Op de korte termijn staan voor Witlox de WMO, woonvisie en volksgezondheid hoog op de agenda. Roozendaal richt zich op korte termijn vooral op de bedrijfsvoering en dienstverlening en de pittige dossiers van de jeugdzorg en participatiewet. Ook de harmonisatie van de subsidies van alle verenigingen is een karwei dat nog geruime tijd zal duren en waar nog volop discussie over zal zijn.
Wethouder is meer dan fulltime-werk. “We werken vijf dagen, en dan ook vaak nog drie of vier avonden in de week”, vertelt Roozendaal. “En thuis moet je veel lezen. Heel veel lezen.” ‘Ons pap is bezig met de stukken’, klinkt het dan in huize Witlox. “Ik heb niet veel slaap nodig, dus meestal probeer ik dat ’s nachts te doen als iedereen slaapt”, zegt Witlox. “Zo tussen twaalf en twee lees ik het meeste.” Hobby’s zijn ook lastig met de bomvolle agenda’s. Witlox: “Ik probeer op vrijdagmiddag altijd een paar uur vrij te nemen. Dan ga ik met de hond naar de Schaapskooi. En elke zaterdag ga ik naar de weekmarkt. Vaste prik.” Roozendaal zit bij een zaalvoetbalteam, maar mist naar eigen zeggen een kwart van de wedstrijden vanwege zijn werk. “Jammer, maar niets aan te doen. Tennissen schiet er tegenwoordig helemaal bij in. Mijn vrije tijd besteed ik aan mijn vriendin, dochter en vrienden.”

Bekijk het volledige artikel en de foto's in onze Zomerkrant, ook online te lezen.

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl