‘Rock nu, rol-later’

SCHIJNDEL - Heel Schijndel kent hem, en hij kent heel Schijndel. Jeroen van der Schoot is een opvallende verschijning. Door zijn lengte, zijn postuur, zijn tatoeages en niet in de minste plaats door zijn eeuwige lach. Motorrijder, horecabeest, muziekliefhebber, Paaspopfanaat én knuffelbeer. Hij werkte 35 jaar in de Schijndelse horeca, stond tien jaar op de markt als kaasverkoper en is sinds 2006 huismeester van het Praktijkonderwijs van het Elde College.

Op het Praktijkonderwijs heeft Van der Schoot 137 tieners met een leerachterstand onder zijn hoede. “Wat is er, schatjes”, zegt hij als drie meiden zijn kantoor alias opslag alias kopieerruimte binnenlopen. De meiden komen een spelletje halen. Op de vraag wat ze van meneer Jeroen vinden, volgt wat nerveus gegiechel. “Hij is lief en knuffelbaar”, giechelt één van de meiden. “Ja, ik hou van knuffelen”, beaamt Van der Schoot. “Tegenwoordig wordt vaak zo panisch gedaan over het aanraken van kinderen. Volwassenen worden daar bang van. Ik vind dat allemaal flauwekul. Doe toch normaal, denk ik dan. Bijvoorbeeld: je moet een kind dat verdriet heeft toch gewoon even vast kunnen houden zeg. En als we met een klas gaan zwemmen durf ik ze ook best in het water te gooien of te soppen hoor, haha. Dat doen ze bij mij ook.”

Rock nu, rol-later
“Je zou me een manusje-van-alles kunnen noemen, maar het is niet zo dat ik echt van de klusjes ben. Het draait bij mij om de kinderen, daar besteed ik mijn tijd en aandacht aan. Mijn kantoor is altijd open, iedereen kan binnenlopen. Hier liggen ook alle boeken die de kinderen voor een les nodig hebben dus ik zie hier iedereen.”
Van der Schoot’s werkkamer op school is behangen met foto’s en plaatjes. Zijn levensmotto ‘Rock nu, rol-later’ prijkt groot aan de muur. “Hier zie je eigenlijk alles waar ik van hou. Foto’s van mijn kinderen, vrienden, mijn motoren, festivals en indianen en adelaars.” Dat laatste is een fascinatie die de Schijndelaar al sinds zijn kinderjaren heeft. “Echt specifiek de Noord-Amerikaanse indianen. Ik weet niet precies waarom, maar het boeit me mateloos.” Een reis naar Noord-Amerika staat dan ook nog hoog op het verlanglijstje.

Kinderen volgen
Op het Praktijkonderwijs halen de kinderen een certificaat waarmee ze een overbruggingsjaar op een ROC kunnen volgen. “De bedoeling is dat wij ze na vier of vijf jaar naar een ROC of aan het werk krijgen. Wij blijven de kinderen overigens volgen, ook als ze klaar zijn.” Luisteren is één van de specialiteiten van Van der Schoot. “Als je luistert, komen mensen vaak zelf op het antwoord van hun probleem. Dat is hier met de kinderen ook. Soms komen ze woedend en verhit binnen en ligt alles aan de leraar. Dan laat ik ze uitrazen, ik luister en uiteindelijk concluderen ze dan vaak zelf al dat het misschien toch ook wel een beetje aan hen zelf lag.”

Snoeien
Van der Schoot zat zelf ook een jaar op het Elde, toen nog het Skinle College. “Een jaar, toen moest ik vertrekken”, lacht hij ondeugend. Hij volgde daarna de land- en tuinbouwschool (“Ik kan verrekes snoeien”) en werkte vervolgens dertig jaar lang bij diverse Schijndelse horecagelegenheden en stond tien jaar lang op de Markt met de Kaaskoning. “De meesten mensen zullen mij wel kennen als die kaasverkoper met de grote mond en gele bril”, lacht de Schijndelaar.

Op pad
Tot zijn vijftigste werkte hij ook in de horeca. “Toen was het genoeg. Ik heb de weekenden nu vrij en ben vrijwel elk weekend op pad met de motor.” Naast zijn vrouw en drie zoons, zijn de vier motoren die hij heeft zijn grote liefdes. Op de foto’s staat Van der Schoot met zijn Intruder 1400. “Deze is helemaal gesjopt. Dat is afzien hoor, want hij heeft geen vering, het stuurt niet en het zit niet. Maar zo mooi!”
Van der Schoot rijdt al vanaf zijn zeventiende, maar sinds hij stopte met werken in de horeca is de frequentie en het aantal kilometers omhoog geschoten. De motorliefde is trouwens ook overgeslagen op zijn zoons. Alle drie hebben ze een motorrijbewijs.
De langere tochten die tegenwoordig wekelijks op het programma staan, maakt Van der Schoot op zijn Yamaha FZ1. Vorig jaar stond hij met die motor nog in motorblad Moto73, want de motor had meer dan 100.000 kilometer gereden zónder oponthoud. “Ik heb echt nooit iets aan de motor. Inmiddels heb ik er 122.000 kilometer mee gereden en ik kocht ‘m nieuw in 2008. Ongelukken heb ik nog nooit gehad. Maar verdorie vorige week ging ik voor het eerst over de kop. Ik had niks, maar dat was wel schrikken.”

Motorvakanties
Motorrijden doet Van der Schoot soms alleen, maar meestal met een stel vrienden. “We hebben een motorclubje van een man of acht. Wie kan, gaat mee, maar we zijn nooit met meer dan vier man, anders wordt de groep te groot.” Motorvakanties en bijna elk weekend een tripje naar bijvoorbeeld Duitsland zijn de normaalste gang van zaken. “Ik kan goed weg, maar wil na een paar dagen altijd graag weer naar huis. Ik rij nooit over de Structuurweg, maar altijd door het dorp. Dan zie ik Schijndel. Schijndel is een geweldig dorp door alle vrijwilligers. Dat vind ik zo mooi. Bij het 1 Ander Festival help ik bijvoorbeeld altijd met een groep kinderen van school tijdens de opbouw.”

Openhartig
Het lijkt wel of Van der Schoot met iedereen overweg kan. “Dat is denk ik ook wel zo. Ik ben heel makkelijk en openhartig. Dat leer je ook wel in de horeca. Ik begon als jong menneke achter de bar bij Cel7. Daarna heb ik gewerkt bij het Kelderke, ’t Grifke, De Sok, Peer Wouters en ’t Kroontje. Als je 35 jaar in de horeca werkt, ken je wel zo’n beetje iedereen.” Van der Schoots brede schouders komen overigens niet van het bier tappen, maar van jarenlang waterpoloën. “Ik heb jarenlang gesport en ben ook nog coach/trainer geweest van dames1 van zwemvereniging Neptunus’58. We zijn zelfs nog een keer Brabants Kampioen geweest, maar dat is al weer zo’n vijftien jaar geleden hoor.”

Drie zoons
Van der Schoot groeide op op de Vossenberg. Hij kreeg verkering met de Schijndelse Henny Timmermans, ze gingen samenwonen op de Leemputtenweg en dertig jaar geleden kochten ze een woning op het Plein. Daar woont de familie Van der Schoot nog altijd met veel plezier. Er kwamen drie zoons, inmiddels zijn er ook drie schoondochters en ze wonen allemaal in Schijndel.
Voor de toekomst heeft Van der Schoot niet zo heel veel wensen. “Ik ben niet zo van het veranderen. Ik hoop vooral dat veel in Schijndel hetzelfde blijft: Paaspop, het Elde Gala en al die vrijwilligers die zo veel werk verrichten. Ik hoop wel dat de gemeente iets gaat doen aan de woningnood: voor jeugd is er echt niks. De huren zijn belachelijk hoog en kopen kan vaak nog niet. Terwijl ze meer betalen aan huur dan aan een potentiële hypotheek.”

Paaspop
De Schijndelaar was een echte concertganger. “Dat is nu wel iets minder, maar ik ben nog steeds dol op muziek. Hier op school staat altijd Classic Arrow op, ik hou van stevige, ouderwetse rock.” Paaspop bezoekt Van der Schoot elk jaar, al zo lang hij zich kan herinneringen. Ruim twintig jaar geleden ging hij voor het eerst in Schotse kilt naar het festival. “Dat was toen een grapje en ik droeg zo’n carnavalspakje. Maar het beviel me goed en ik heb toen in Schotland een echte kilt gekocht. Ik ben wel clan-loos, ik heb de kilt zwart laten verven.” Sinds een paar jaar geeft de muziekliefhebber ook rondleidingen op Paaspop. “Voor het festival open gaat, leid ik kinderen rond over het terrein. Mooi is dat.”
De muziekcultuur van Schijndel roemt Van der Schoot ook. “Er zijn zo veel leuke bandjes. Wat ik wel jammer vind is dat je bijna niets spontaan kunt doen. Het liefst zou ik bij goed weer, hoppakee, een platte kar op de Markt zetten waar bandjes spontaan op kunnen komen spelen. Maar je moet voor alles een vergunning hebben en die moet je twee maanden van tevoren aanvragen. Voor de horeca zou de gemeente best wat soepeler mogen zijn met die regeltjes.”

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl