Schijndelse stichting op reis naar Roemenië (en DeMooiSchijndelKrant ging mee)

SCHIJNDEL / ROEMENIË - Stichting Caritas Oost Europa Schijndel is al ruim zeventien jaar verbonden aan meerdere projecten in Roemenië. Twee keer per jaar bezoekt Jan Marinus het land samen met een paar andere vrijwilligers, onder meer om een flinke lading spullen te brengen: fietsten, dekens; alles is welkom bij het kindertehuis. Deze zomer mocht De MooiSchijndelKrant mee om te zien wat ze daar doen.

Het is nog nacht wanneer Jan Marinus, voorzitter van Stichting Caritas Oost Europa Schijndel, de motor van zijn blauwe Ford start. Na maanden van intensieve voorbereiding is het nu eindelijk tijd voor de reis naar Roemenië. Bertha van Liempd wordt als eerste opgehaald. “Dit is de tweede keer dat ik mee ga. Samen met andere vrijwilligers sorteer ik spullen zoals speelgoed, kleding en schoenen. Tijdens ons bezoek kunnen we zien wat de mensen nodig hebben en welke spullen ze goed kunnen gebruiken.” Wanneer ook Diny van den Oetelaar, Gerard Donkers en ik zijn ingestapt, kan de reis beginnen.

Dag 1 & 2
Kapotte airco en ooievaarsnesten

De rit verloopt alles behalve voorspoedig. Onderweg staan we in heel veel files en de airco begeeft het al snel. Om toch wat koele lucht binnen te laten, zet Gerard een raampje open. Namens de stichting ging hij al vaak naar Roemenië. “Het geeft mij heel veel voldoening. Ik heb het zelf niet slecht en andere mensen mogen het ook wel beter hebben.”
De reis telt te veel kilometers om in één keer te voltooien, dus overnachten we in een abdij in Melk, Oostenrijk. Daar treffen we ook Jan van Houtum en Adriaan van Laarhoven, de chauffeurs die de vrachtwagen vol goederen naar de Roemeense plaatsen van bestemming brengen: Saniob, Luncsoara en Oradea. Na een maaltijd gaan de vrijwilligers meteen naar bed, ze kunnen een goede nachtrust wel gebruiken. De volgende dag vertrekken we al vroeg, want er wacht ons een lange reis. We rijden dwars door Boedapest en Diny kijkt goed om zich heen. “Wat moet hier toch nog een hoop gebeuren”, zegt ze min of meer tegen zichzelf. Nadat we ooievaarsnesten zien en Goulashsoep eten langs de snelweg passeren we de grens en zijn we al snel in Saniob.

Knuffels
De meeste vrijwilligers zijn al vaker bij het kinderopvanghuis geweest en kennen de medewerkers van ‘Het Regenbooghuis’ inmiddels goed. Ze worden ontvangen met groot enthousiasme en veel knuffels. Net als ik is Diny hier voor het eerst. “Iedere week sorteer ik de kleding die de mensen doneren. Het is heel leuk om te doen, want je bent toch iedere keer weer benieuwd wat er tussen zit.” Het is een drukte van jewelste in het opvanghuis. Tegelijk met ons is ook een groep Oostenrijkse scholieren te gast. “Kom Yente”, zegt Jan Marinus. “We gaan kaas snijden voor de jeugd.” De ‘echte Hollandse kaas’ wordt enthousiast ontvangen door zowel de Oostenrijkers als Roemenen. Laat wordt het vanavond niet, morgen staan er een hoop activiteiten op de planning.

Dag 3
Kinderen op een vuilnisbelt, kerkjes en een gevangenis
Opvanghuis ‘Het Regenbooghuis’ doet haar naam eer aan. Het gebouw ziet er ondanks de witte muren kleurrijk en vrolijk uit. Overal staan bloemen en fruitbomen in bloei. “Er is ontzettend veel gerenoveerd de afgelopen zeventien jaar”, vertelt Jan mij wanneer we de volgende ochtend op een bankje in de tuin zitten. “We werken samen met de Abt van de abdij van Melk. De abdij financiert het grootste gedeelte en wij kiezen ieder jaar een deelproject, zoals het stukadoren van de muren, het maken van binnenverlichting of het bouwen van een nieuwe keuken.” In het opvanghuis wonen zwerf- en weeskinderen voor wie ouders niet voor kunnen zorgen of kinderen die simpelweg gevonden zijn langs de straat of op een vuilnisbelt. Kinderen mogen hier ook blijven wonen na hun zestiende. “Normaal moet een kind op die leeftijd het weeshuis uit en voor zichzelf zorgen.”

Geen geld verdienen maar mensen helpen
Veel tijd om door te vragen krijg ik niet, want Adriaan komt ons halen. Het is tijd voor het uitladen van de vrachtwagen. Fietsen, knuffels, etenswaren en speeltoestellen, het zit allemaal in de oplegger. De Oostenrijkse scholieren komen goed van pas, want ze helpen fanatiek met het leegmaken van de vrachtwagen. “Voor mij is het belangrijk dat je ook een keer iets doet waar je geen geld mee verdient, maar waar je mensen simpelweg mee helpt”, vertelt chauffeur Jan van Houtum. “Toen ik hier vijf jaar geleden voor het eerst kwam, zag het er een stuk triester uit. Sinds die tijd is veel opgeknapt, zoals de kozijnen en de verlichting.” Voor zijn collega-chauffeur Adriaan is het ook duidelijk dat vrijwilligerswerk hier nodig is. “Ik hoorde dat er hier mensen zijn die luiers per stuk verkopen, dat is natuurlijk veel te duur.”

Oranje voetbalshirts
Terwijl de mannen druk bezig zijn, loop ik met Bertha en Diny naar een lichtroze, katholiek kerkje om de hoek. We zijn teleurgesteld wanneer de deur op slot blijkt, maar al snel komt de pastoor met een sleutel naar ons toegerend.  Zuster Serafina, die ook aan ‘Het Regenbooghuis’ verbonden is, loopt de kerk binnen. Ze heeft het druk met de voorbereidingen van de Eerste Heilige Communie, maar neemt alle tijd om de vragen van Bertha en Diny te beantwoorden. We brengen die ochtend ook een bezoek aan ‘Het huis met de bonte stenen’, waar de jongste kinderen opgevangen worden. Diny heeft kleine cadeaupakketjes gemaakt met potloden en gummen om aan de kindjes te geven. Jongetjes met oranje voetbalshirts nemen de dames aan de hand en laten trots hun slaapkamers zien.

Voedselpakketten
De vrachtwagen is inmiddels leeg en zuster Serafine neemt ons mee naar de stad Oradea. We beginnen met een bezoek aan haar eigen congregatie ‘De Vincenterinnen’. De zusters runnen een opvang voor gehandicapte kinderen van arme, werkende ouders. Daarnaast stellen ze voedselpakketten samen met de producten die onder meer worden meegebracht uit Schijndel. “De mensen wiens kinderen hier opgevangen worden, zijn ontzettend arm en kunnen zelf maar heel weinig kopen, daarom zijn etenswaren, douchegel en shampoo heel belangrijk”, vertelt Jan Marinus.

Adembenemend
Vervolgens bezoeken we een Orthodox nonnenklooster. De kerk die erbij hoort ziet er adembenemend uit. Op de buitenmuren staan honderden heiligen afgebeeld. “Als je alle heiligen bij naam kunt noemen, kom je in de hemel”, weet Jan Marinus mij te vertellen. Of dat een grapje is weet ik nog steeds niet. De mannen besluiten ook het naaiatelier nog even te bezoeken, tot groot plezier van zuster Serafine. Het is niet gebruikelijk dat mannen die ruimte bezoeken. “Haben Sie nichts gemacht”, schatert ze dan ook als ze met lege handen terug komen. Wanneer we daarna een oud fort en een oude gevangenis uit de tijd van Ceaușescu (oud-dictator van Roemenië, red) bezoeken, is de stemming een stuk serieuzer. “Mensen die hier naar binnen gingen, wisten dat ze er nooit meer uit kwamen”, fluistert Bertha. Eenmaal terug praten we wat na over de dag en nemen we afscheid van de chauffeurs, die morgen alweer vertrekken.

Dag 4
Roma-kinderen en een picknick
De tijd vliegt in Roemenië en op onze laatste dag is een bezoek gepland aan een school in Luncsoara, een dorpje waar vooral arme boeren en Roma wonen. De jonge lerares Roxana Bodiut ontvangt ons samen met directeur Adrian Botici. De school is arm en krijgt daarom veel donaties van de Schijndelse stichting. “De kinderen wisten niet wat de sjoelbak was die jullie ons gegeven hebben, maar ze vinden hem heel interessant”, zegt Roxana vrolijk. Op verzoek van Jan Marinus neemt ze ons mee naar Roma-gezinnen die een stuk verderop wonen en onder erbarmelijke omstandigheden leven. “Er zitten veel Roma-kinderen bij ons op school”, vertelt ze terwijl we over de hobbelige wegen rijden. “Omdat ze vaak kilometers moeten lopen om het schoolgebouw te bereiken, zijn we erg blij met de fietsen die we krijgen.” De jonge lerares is ontzettend blij met alle hulp die haar school krijgt. “Dit is een heel arm dorp en de mensen hier kunnen zelf niet veel betalen. De stichting heeft onze school al op allerlei manieren geholpen. Door de spullen die we krijgen, zijn mijn leerlingen gemotiveerder om te leren.”

Picknick

Tijdens ons bezoek aan een Roma-gezin worden de kinderen blij gemaakt met een fiets en wat tekenspullen. Terwijl we het huis bezoeken van een Roma-gezin krijgen de kinderen hun cadeaus. Gerard kan het goed vinden met het jongste lid van het gezin en lacht enthousiast naar de baby. Haar moeder neemt ons mee naar de slaapkamer - de enige kamer van het huis- en beantwoordt de vragen van de zichtbaar onder de indruk zijnde vrijwilligers. Na twintig minuten stappen we weer in het busje en rijden we verder de bergen in waar vrienden en collega’s een picknick voor de vrijwilligers hebben voorbereid. Als we afscheid nemen, worden de vrijwilligers uitvoerig bedankt voor alle hulp. Roxana en ik wisselen nummers uit voor als ik nog meer vragen heb. Later appt ze mij nog dat ik waarschijnlijk niet besef hoe blij ze is met alle hulp die ze van de stichting krijgt.

Het werk is nog niet af
De vrijwilligers van Stichting Caritas Oost Europa besteden heel veel tijd en aandacht aan het vrijwilligerswerk. “Ik ben er iedere dag mee bezig”, zegt Jan Marinus. “Omdat de mensen hier heel veel behoefte hebben aan fietsen en dekens, ben ik constant aan het zoeken en informeren naar die spullen.” Hoewel de stichting al veel gedaan heeft, is er volgens de vrijwilligers nog veel hulp nodig. “We zijn nog lang niet klaar. Vooral kleding, schoenen en dekens zijn van harte welkom. Als mensen ons financieel of met goederen willen ondersteunen, zou dat heel fijn zijn.” Het telefoonnummer van Jan is  06-1068168.

Zelfgebakken broodjes en vijf euro
Ook voor de scholieren uit Oostenrijk is vanavond de laatste avond en daarom is een barbecue georganiseerd. Na het eten stoeien Gerard en Jan met de overenthousiaste Roemeense kinderen en de dames doen balspelletjes. Met één van de jongetjes maken de mannen een bijzondere afspraak. Als hij aan het eind van het jaar een zeven gemiddeld op zijn rapport heeft, krijgt hij vijf euro. Tot groot plezier van Jan en Gerard is de normaal zo praatgrage jongen er even stil van.

Dag 5 & 6
Afscheid en een bierbrouwerij
Vrijdag worden de koffers gepakt, want het is tijd om weer naar huis te gaan. Dit keer logeren we in een klooster in Mallersdorf, Duitsland. Na een opnieuw korte nacht beginnen we aan het laatste stuk naar huis. Voor de vrijwilligers begint het proces weer helemaal opnieuw. Volgende week wordt er gewoon weer gesorteerd en kleding uitgezocht voor de volgende reis.

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl