Motorische Perikelen: groeispurt, of toch meer?

De meeste teams zijn alweer een paar weken aan het trainen en je hoort vooral van ouders langs de lijn dat veel spelers zijn gegroeid in lengte. Dit klopt ook, want tijdens de zomervakantie groeien kinderen het meest. De groeispurt begint bij jongens meestal rond de 13 jaar en bij meisjes wat eerder. Voor ieder kind is dat verschillend omdat de individuele ontwikkeling nu eenmaal in schokken verloopt.
Vanuit mijn voetbalschool begeleid ik spelers van verschillende niveaus en leeftijden die problemen hebben met hun motoriek. Los van de groeispurt kijk ik als eerste naar de stand van de voeten en de manier waarop afgewikkeld wordt tijdens wandelen, joggen en sprinten. Veel blessures ontstaan namelijk vanuit een verkeerde stand van de voeten. Je kunt dan trainen wat je wilt, maar de oorzaak en dus de symptomen worden niet verholpen. Vanuit mijn netwerk dat is ontstaan in de profvoetballerij, werk ik samen met een goede podotherapeut. Ik heb zelf jaren met verkeerde sportzolen rondgelopen en dus kies ik voortaan altijd voor kwaliteit. Door onwetendheid worden de symptomen door ouders wel eens weggewuifd “ik had dat vroeger ook allemaal niet nodig, dus het gaat vanzelf wel weer over”. Voor een kind is het alles behalve leuk om keer op keer met dezelfde symptomen geblesseerd uit te vallen, want je gaat op een sport om vooral plezier te hebben. Kinderen die wat ambitieuzer en talentvoller zijn komen buiten selectieteams te vallen en stoppen uiteindelijk met sporten. Doodzonde!

Indien de symptomen voortkomen uit een verkeerde lichaamshouding of door de groeispurt, kun je dit met specifieke training en begeleiding wel goed aanpakken. Ik neem daarbij ook het voedingspatroon mee. Coördinatie/loopscholing en het versterken van de rompstabiliteit zijn ontzettend belangrijk en dus zou iedere vereniging eigenlijk moeten investeren in een goede fysieke trainer. Het probleem tegenwoordig is echter dat verenigingen vaak krap bij kas zitten en te weinig vrijwilligers hebben. Laat staan vrijwilligers die zijn gespecialiseerd in dit soort trainingen. Vaak wordt het onderwerp in een vergadering aangekaart, maar verdwijnt het uiteindelijk weer van de agenda. Ik zie ook regelmatig vrijwilligers met een loopladder het veld oplopen, met alle goede bedoelingen uiteraard, maar ze weten eigenlijk helemaal niet waarnaar ze moeten kijken en hoe ze verandering teweeg moeten brengen. Dat geldt ook voor het trainen van de rompstabiliteit. Als je niet weet waarop je moet letten kun je de symptomen juist verergeren. Waar ligt dan de oplossing? Indien een trainer en/of een ouder twijfels heeft dan is doorverwijzen naar een goede fysieke trainer de beste en meest effectieve keuze.

Dennis Meier

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl