De boor aan de wilgen gehangen

SCHIJNDEL - Na ruim eenenveertig jaar hangt Willem Hubregtse spreekwoordelijk zijn ‘boor aan de wilgen’. De zevenenzestigjarige tandarts heeft vanaf 1977 in Schijndel een praktijk gerund. Van ‘Hogar Espanol’ aan de Europalaan (als opvolging van Vissers en Versluis) naar zijn praktijk aan huis in de Hertog-Jan 2 Laan. De laatste achttien jaar zit tandartspraktijk Hubregtse gevestigd in het gezondheidscentrum aan de Steeg.

De geboren Bredanaar wilde na zijn studie en militaire dienstplicht graag terug naar Brabant. Schijndel was eind jaren 70 een tandheelkundig noodgebied, dit betekende dat er een groot tekort was aan tandartsen. En de meeste mensen zagen het niet zo nauw met de mondverzorging. “Met de collega tandartsen in Schijndel hebben we hard aan gewerkt om dit te verbeteren”, vertelt hij. “Tussen de Middeleeuwen en de tweede wereldoorlog is er niet zoveel vooruitgang geboekt, daarna gelukkig wél.”

Saneringskaart
Hubregtse startte als vervanger van Frans Hartman. “Ik kreeg van hem het advies om het inloopspreekuur aan te houden en zeker niet over te gaan naar werken op afspraak. Een goedbedoeld advies van de toenmalige nestor, wat ik dus meteen in de wind sloeg”, vervolgt hij lachend. “Dat is slechts één van de dingen die veranderd zijn in de laatste veertig jaar. De patiënten werden ook ‘mondiger’ om het zo maar te zeggen, sommigen spreken me nu aan bij mijn voornaam, niet meer als ‘meneer de tandarts’. En ze durven meer voor zichzelf op te komen en willen graag wat het beste is voor hun gebit. In de zeventiger jaren was de saneringskaart het enige wat telde voor veel mensen. Zolang die maar elk half jaar werd ingevuld was de patiënt tevreden. Begrijpelijk ook wel, zonder die kaart was behandeling niet gratis.”

Niet alleen een bek met tanden
“Later kwam veel meer bewustwording bij de patiënten, iets wat ik enorm waardeer”, gaat hij verder. “Je kunt wel snel een implantaat plaatsen bij iemand maar wanneer zo’n patiënt vervolgens in de financiële problemen raakt dan ga je naar mijn mening aan het doel voorbij. Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om naar een goede oplossing te zoeken waar zowel de patiënt als ik het mee eens waren. De behandelingen gingen steeds meer in overleg. De communicatie met patiënten, luisteren naar hun verhaal, het hoort er allemaal bij. Voor mij is een patiënt dan ook meer dan alleen een bek met tanden.”

Kapotte kunstgebitten
De apparatuur moderniseerde, amalgaam (zwarte vulling) maakte plaats voor tandkleurig composiet en de computer deed zijn intrede. Patiëntendossiers en röntgenfoto’s werden gedigitaliseerd en rekeningen werden uitbesteed aan een factureringsmaatschappij. “De toenemende druk van richtlijnen, protocollen en andere wetgevingen in de gezondheidszorg maakten het voeren van een praktijk tot een uitdaging, vaak intensief en tijdbelastend. Toen ik mijn praktijk aan huis had waren mijn kinderen nog klein, ik vond het ook wel prettig om ‘thuis’ te werken. Je had wel eens een patiënt die ’s avonds laat aan de deur stond met zijn kapotte kunstgebit in zijn handen met de vraag of we daar iets mee konden. Maar over het algemeen werd onze vrije avond met rust gelaten en behoorde dit soort gevallen tot de uitzonderingen.”

Sociale contacten aanscherpen
Tandarts Hubregtse gaat genieten van zijn welverdiende pensioen. Samen met zijn hechte en stabiele team hebben ze hier al bij stil gestaan. “Een van mijn assistentes werkt al 38 jaar bij me, zo iemand ken je dan inmiddels goed. Lief en leed zijn met elkaar gedeeld op de werkvloer.” Wat hij allemaal gaat ondernemen na zijn pensioen weet hij nog niet. “Mijn vrouw zegt ‘er is nog méér dan tandheelkunde’. Dat gaan we ervaren. Eerst carnaval vieren en daarna ga ik eens wat sociale contacten aanscherpen.”

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl