Een nieuwe lente en een nieuw geluid

SCHIJNDEL - Deze beroemde regels zette Herman Gorter in 17 april 1889 -met kroontjespen- op papier, en zouden het begin vormen van één van de bekendste literaire gedichten uit de Nederlandse geschiedenis. Ik besef dat ik, nu in mei 2019, ook deze nieuwe lente nèt zo beleef als Gorter dat deed, 130 jaar terug. Met de zoete geur van de bloesem in mijn neus loop ik door de zandwegskes van de Smaldonk, met het voornemen om vandaag eens de dingen rustig zijn beloop te laten.

De zwartkop is er weer
Mijn wandeling begint vanaf de parkeerplaats van de Schaapskooi, en loopt langs de schapenwei richting het Wijbosch’ Broek. Aangekomen op de Lobbenhoef ga ik nu richting Kruissteeg. In de kruin van de vogelkers zit een zwartkop zich druk te maken; pas terug uit het zuiden zingt-ie de longen uit zijn lijf, want een territorium komt je niet zomaar aanwaaien. Het heldere liedje van de zwartkop is onmiskenbaar, en je kunt hem op de Steeg overal beluisteren. Het mannetje heeft een pikzwart petje (vandaar de naam) en het vrouwtje een soortgelijk petje in het bruin. Het gaat de laatste jaren heel goed met de zwartkop; hij profiteert als insekteneter van het aangepaste bosbeheer met meer oud en dood hout. Dus als je je hier en daar stoort aan omgevallen bomen, dan denk maar aan de zwartkop, die het beleid van nu prima vindt.

Waterviolier, de handwijzer naar bronwater
Ik steek het fietspad over, en ga even kijken of de waterviolier al bloeit. Er is één sloot hier die elk voorjaar vol staat met deze mooie bleek-lila bloemen. Onder water zijn de fijne, veervormige rozetten te zien, maar de piramidevormige bloeistengels trekken pas ècht de aandacht: geen bladeren meer als de waterviolier eenmaal zijn kop boven water uitsteekt, maar enkel koninklijke, statige bloemen die de sloot omtoveren in een bloemenparadijsje. Wist je trouwens dat de waterviolier alleen voorkomt op plekken waar zuiver kwelwater (bronwater) aan de oppervlakte komt? Dus in vroegere tijden zou een bierbrouwer in Schijndel zijn put wel eens op zo’n plek geslagen kunnen hebben, om zeker te zijn van een goede bron.

De Prekers: zeldzaam mooi
De eerste gelegenheid ga ik linksaf, het bos van de Prekers in. Meteen om de hoek van het smalle leempèdje vallen de bloemen van de gele dovenetel op. Dit bodembedekkertje is een zeldzame klant, in tegenstelling tot zijn neefjes: de bonte, witte, of paarse dovenetel. Let maar eens op de groene bladeren van de echte dovenetel: ze zijn niet gevlekt, en dat zie je in de Brabantse natuur maar op een paar plekken. Samen met het Knikkend Nagelkruid en de Zwartblauwe Rapunzel vormt de Gele Dovenetel een plantengemeenschap die zeldzaam is in Nederland. Ben Peters (ja, die van het Ben Peterspad) heeft in de jaren ’70 hier onderzoek naar gedaan, en kwam tot de conclusie dat de bijzondere combinatie van grondslag (kalkrijke leem) en kwel de oorzaak is van deze bijzondere flora; iets om héél zuinig op te zijn dus!

De Smaldonk
Ik loop het pad naast de Steegse Loop af, richting het fietspad. Daar steek ik recht over, en wordt begeleid door brede stroken fluitenkruid, wat elke lente zorgt voor een massa bloemschermen, die op hun beurt weer veel hommels, bijen en vlinders trekken. Bij de Martemanshurk aangekomen blijf ik de Steegse Loop volgen, de Smaldonk in. Bij het koninginnenbos buigt de loop naar rechts, maar ik ga rechtdoor, het borelingenbos door. Via deze aansluiting kom ik bij een landhek, waar ik eerst een rondje maak door oud boerenlandschap, voordat ik terugloop naar de Schaapskooi.

De groene kathedraal
Op één van de zandwegskes valt het oog op de majestueuze kannidassen, die hier een groene kathedraal vormen; je voelt je steeds kleiner worden tussen de metersdikke klompenmakersbomen. Ze mogen hier oud worden omdat ze in het landschapsreservaat staan, en niet zoals op particulier terrein, waarbij ze normaliter rond hun vijfentwintigste levensjaar gekapt worden. Dat was vroeger trouwens een goede gewoonte: Stap 1, Plant op je trouwdag een rij populieren (van die Canadese, die de klompenmakers graag willen). Stap 2, Zorg ervoor dat de zijtakken opgesnoeid worden, zodat je mooie rechte stammen krijgt. Stap 3, op je 25ste trouwdag laat je de kannidassen kappen, en je hebt meteen je trouwfeest gefinancierd. Hèndig, nie?

Mini-molentjes boven het gras
Ik volg de oude kronkelpèdjes, en loop nu langs de rand van het bos, met aan de Wijbosch-kant de weilanden. Wat is dit toch een skôn gezicht, met het licht van de ochtendzon dat door het frisse bladerdak van de bomen en struiken valt. In de berm staan hele groepen witte bloemen, die wel heel scherp afsteken tegen het lichtgroene gras. Het betreft de grootbloemige muur, het plantje dat het liefst met zijn frêle draadstengels steun zoekt tussen wat grassprieten. Het bloempje is voorzien van tien meeldraden, en vormt een molentje met vijf gesplitste “wieken”. Zijn Latijnse naam Stellaria heeft-ie te danken aan de stervorm van de bloem (Stella is ster). Maar wè ’n feest om hele bosranden versierd te zien met dit mini-meulen-bluumke!

Via het Ben Peterspad loop ik terug naar de Schaapskooi, waar ik op het terras nog nèt een rustig plèkske vind om de dingen van vandaag nog efkes op een rijtje te zetten.

 

 

 

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl