Heel ver terug in de tijd

SCHIJNDEL - Laatst stelde iemand mij een zeer indringende vraag waarop ik het juiste antwoord grotendeels schuldig moest blijven. De vragensteller was aan het filosoferen over de vroegste bewoningsgeschiedenis van Schijndel. Uiteraard dwaalden onze gedachten in de richting van de vele vondsten die in de loop van de jaren waren gedaan in en om Schijndel in de diverse archeologische tijdvakken, die duiden op vormen van verspreide bewoning. 

Na wat heen en weer gepraat werd duidelijk dat hij benieuwder was naar vormen van permanente bewoning en impliciet vroeg hij dus of ik wist hoe de vorming van de dorpskern en omliggende gehuchten was gerealiseerd. Die vraag is heel wat moeilijker te beantwoorden, want dan ben je aangewezen op betrouwbaar concreet feitenmateriaal uit de historie en dat kan je op een spoor zetten. Aanvullend archeologisch onderzoek in de onderscheiden bodemlagen zou misschien tot meer verrassende resultaten kunnen leiden. 
De oudst betrouwbare historische datum is die van 1139 het jaar waarin de Servatiuskerk van Dinther in een charter staat vermeld. Dat zou volgens deskundigen de moederkerk van Schijndel zijn en daarmee zijn we beland in de eerste helft van de 12de eeuw. Mogelijk bestond het dorp Schijndel toen al als kleine dorpsgemeenschap met heel misschien een houten kerkje, op een hooggelegen locatie. Daaromheen lagen vanouds drie belangrijke waaiers van hoge akkercomplexen nl. de Helakkers achter de kerk, de Papentiend tussen Markt en het Hervormd Kerkje langs ‘de Groote Straat’ en tenslotte het toenmalige bolle akkercomplex de Bunders. Een andere aanwijzing zijn oude veld- of perceelsnamen die ons op een volgend spoor zetten. De naam Scinle valt naamkundig gezien onder de categorie lo-namen, die door de toponiemenonderzoekers steevast worden gekoppeld aan de uitgebreide oerbosontginningen die grofweg tussen de 10de en 12de eeuw gerealiseerd werden. Dat Schijndel oerbossen bezat is vrijwel zeker te herleiden uit de latere naamselementen woud en hout, denk aan Donkerwoud, Eerderwoud, ’t Woud en de Houterd. We hebben ook nog een concrete aanwijzing in de vermelding uit 1233 van ‘Scinlremere’ en uit 1257 nl. de herberg die werd bezocht door de abt van het klooster Sint Truiden op zijn tocht naar zijn domein in Alem, op welke reis hij te Son en te Schijndel een tussenstop maakte. Daarmee zijn we nog lang niet toe aan een acceptabele en tevens houdbare verklaring over het ontstaan van Schijndel en de inrichting van het dorp via de huidige lange noord-zuid-verbinding en het ontstaan van de gehuchten Lutteleind, Elschot, Wijbosch, Borne en Elde en Broekstraat binnen de zeven grenspunten die in de uitgiftebrief uit 1309 staan vermeld. Bovendien is de oudste vermelding van het hertogelijk leengoed de Schrijvershoef gedateerd 1301 en die van de Bodem van Elde dd. 1314 ook een mooi aanknopingspunt. Naar mijn gevoel is over de reële dorpsontwikkeling het laatste woord nog lang niet gesproken en geschreven!

Henk Beijers

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl