‘Wanneer het stof is opgetrokken, begin ik weer opnieuw’

SCHIJNDEL - Hij is een bekend gezicht voor veel kermisbezoekers. Al ruim dertig jaar is Harrie Vossen kermiscoördinator in Schijndel. Voorheen, tot 2005 was hij ook de marktmeester en zag je hem wekelijks zijn ronde maken over de weekmarkt.

Wat doet een kermiscoördinator zoal?
“Nou je kunt beter vragen wat doet hij niet? Dan ben je namelijk eerder klaar. Ik bezoek een kleine veertig kermissen per jaar om nieuwe attracties te vinden. Verder regel ik de elektra, het sportpark waar de exploitanten overnachten, de rijdende school, het uitmeten en nog veel meer. Ik ben bij de kermis betrokken vanaf het 0 punt tot en met de 100 procent. Wanneer de laatste draaidag is afgelopen dan begin ik alweer met de voorbereidingen voor het volgend jaar. Ik zeg altijd ‘wanneer het stof is opgetrokken, begin ik weer opnieuw’. We hebben het dan over drie jaarlijks terugkerende kermissen: Schijndel-centrum, Wijbosch en Boschweg.”

Zijn er exploitanten die al lang op de Schijndelse kermis staan?
“Wij werken altijd met driejaar-contracten. Dat geeft voor zowel de kermisexploitant als voor de gemeente zekerheid. En we hebben een aantal trouwe klanten onder hen. Een goed voorbeeld is de familie Paashuis, deze twee broers komen al jaren naar Schijndel. De een met zijn snoepkraam en de ander met de draaimolen. Voorheen heeft de firma van de Korput ook heel lang met een snoepkraam op de Schijndelse kermis gestaan.”

Ben je vaak op de kermis te vinden, die vijf dagen?
“Zeker, ik steek ’s ochtends de stekker in het stopcontact en haal hem er ’s avonds ook weer uit, oftewel, ik doe altijd het licht uit. Ik wil gewoon aanwezig zijn mocht er wat gebeuren. Natuurlijk ga ik wel even thuis eten maar mijn kopje koffie drink ik samen met de exploitanten. En dan probeer ik dat zo goed mogelijk te verdelen onder hen.”

Wat zijn volgens jou de grootste veranderingen op de kermis?
“Kermis is nog steeds volksvermaak nummer 1. Maar je kunt elke euro maar één keer uitgeven en het is aan de mensen zelf om de overweging te maken waaraan je hem uitgeeft. De opkomst van veel festivals in de zomer doet hier geen goed aan, mensen kijken niet meer zo uit naar de kermis als vroeger. En dertig jaar geleden zat een kind van zeven nog gewoon in de draaimolen, nu moet het op steeds jongere leeftijd almaar sneller en flitsender. Dat zijn ontwikkelingen die niet zijn tegen te houden.”

Een kermisbezoekje is ook best prijzig toch?
“Dat bedoelde ik dus met ‘je kunt je geld maar één keer uitgeven’. Vroeger kochten ouders voor hun kroost een weekkaart voor de cakewalk, dat is nu niet meer. Dat de prijzen hoger zijn komt door de hoge kosten van de exploitanten. Zij moeten zich aan veel meer regels houden vergeleken met vroeger. De veiligheidseisen en daarbij behorende controles moeten worden uitgevoerd. En de belastingdienst weet de weg naar de kermis inmiddels ook heel goed te vinden. Veel mensen staan er niet bij stil maar elke kraam heeft wielen en daarvoor betaal je dus ook wegenbelasting. Ze moeten altijd de kosten en baten tegen elkaar afwegen. En er moeten veel ritjes worden verkocht om hun investering terug te verdienen.”

Waarom staat de kermis op het evenementen terrein en niet in het centrum?
“Daar is al veel over te doen geweest natuurlijk en ik kan er ook niet veel meer over zeggen, dat ligt bij de gemeente. Ik kan wel zeggen dat het met de regels van nu niet zo eenvoudig is om de kermis in een winkelstraat te plaatsen. Een attractie moet vijf meter van de gevel af staan zodat de hulpdiensten er te allen tijde door kunnen. Als je dan bedenkt dat een gewone snoepkraam al gauw drieënhalve meter diep is dan kan die met een straatbreedte van dertien meter al niet staan. En dan hebben we het over een snoepkraam, een van de kleinste uitbaters op de kermis. Op het evenementen terrein kunnen de hulpdiensten er altijd door, daar wordt met het meten expliciet naar gekeken. Ik vind dat toch een veilig idee, wie neemt de verantwoordelijkheid wanneer er wat gebeurt?”

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl