Schijndelaren en hun boetes

SCHIJNDEL - Binnen de historische werkgroep van de heemkundekring wordt allerlei speurwerk verricht om de historie van Schijndel boven water te halen over gebeurtenissen, personen, gebouwen, kerkgeschiedenis, organisaties en instellingen, oude perceelsnamen, cultuurhistorie en noem maar op. Het hele historisch veld aan archieven wordt afgestruind, omdat via kennis van het verleden het heden net iets beter te begrijpen is. Bekend is dat niet iedereen er zo over denkt, want soms hoor ik wel eens uitlatingen als’ouwe meuk’ of ‘laat het verleden toch rusten’. Desalniettemin zijn er enkele tienduizenden Brabanders die dat verleden bewust in duiken om meer van hun voorouders te weten te komen. Voor die groep dragen wij als heemkundig onderzoeksteam de bouwstenen aan door de archieven te ontsluiten die voor Schijndel van belang zijn. Onze ervaring is bovendien dat de historie op de dag van vandaag leeft! Daarom zetten wij ons werk geduldig en voortvarend voort. In deze column wat nieuws zoals we dat aantroffen in het oude kantongerecht van Veghel. Eerst wat korte informatie over de rechterlijke organisatie uit de 19de eeuw. Tussen 1811 en 1838 bestond er hier in de regio een vredegerecht dat was gevestigd te Sint Oedenrode en waar Schijndelse stukken in te vinden zijn, die momenteel worden ontsloten door Annemarie Cornelissen. Vanaf 1877 speelt kanton Veghel een grote rol, waarvan werkgroeplid Marijn Ligtenberg alles weet, want hij bestudeert al jaren alle procesrollen vanaf die tijd tot en met de dertiger jaren van de 20ste eeuw en haalt er alle Schijndelaren uit die voor welk vergrijp of misstap dan ook ter verantwoording werden geroepen. Waarom zijn die stukken nu zo interessant? Ze geven niet alleen een inkijk over hoe destijds bepaalde ongeregeldheden werden geregistreerd, maar ook de informatie over de ‘delinquenten’ waarvan naam, leeftijd, beroep, huisadres met wijknummer en de aard van de boete staat omschreven. Met name voor de grote groep stamboomonderzoekers in en buiten Schijndel is dit welkome informatie. Uit analyse van een willekeurige procesrol eind 19de eeuw zag ik in de categorie beroepsbevolking voorbij komen: landbouwers, hoepelmakers, voerlieden, fabrieksarbeiders, klompenmakers, spoorwegarbeiders, veekooplieden, bezembinders. mandenmakers, winkeliers en schaapsherders. De leeftijden varieerden van jong tot oud. En als we kijken naar het ‘vergrijp’ als zodanig, dan moet je constateren dat heel veel herkenbaar is.

Ter illustratie enige voorbeelden waarop vaak een lichte boete stond: zich begeven op de openbare weg met een rijwiel dat niet is voorzien van een bel die op 50 meter hoorbaar is, zonder jachtakte met een geladen geweer rondlopen, in dronkenschap over straat lopen, schapen laten grazen op een klaverveld van een ander, opgave van een valse naam, rijden op een rijwiel zonder lichtgevende lantaarn, verstoring van de nachtrust van anderen door luid geschreeuw en geroep, smeren van privaatmest aan de deuren van de huizen in de Grote Straat, stenen gooien tegen dichtgemaakte vensters, vuiligheid uitstrooien op wasgoed dat op de bleek ligt te drogen, vissen in de Aa zonder geldige visakte, een paard met veulen laten lopen over een veld dat met rogge is ingezaaid. We zullen dan verder maar zwijgen over de vergaande criminaliteit in het heden. Zo heeft elk tijdsgewricht zijn eigen problemen!

bron: website van Henk Beijers onder ‘archief Veghel’.

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl