De Gasthuiskamp, een juweeltje dichtbij huis…

SCHIJNDEL - Een herfstwandeling van een uur door een waardevol landschapsreservaat, met de typerende kleinschalige doorkijkjes van ons Brabants coulissenlandschap. In de Gasthuiskamp huizen dassen, reeën, en hazen, en als vogelliefhebber kun je hier regelmatig de houtsnip of de goudvink in je kijker zien. Het is bovendien een paddenstoelen-paradijsje…

We starten onze wandeling bij de ingang van de Overkamp, een zandweggetje net vóór de kruising Besselaar-Gemondsedijk. Een kamp was een typisch Brabantse benaming van een ontgonnen gebied van akkers en weilanden, vaak geïsoleerd gelegen temidden van 'woeste' gronden. In de meeste gevallen was de kamp omheind door houtwallen en/of hagen. In Schijndel komt de toevoeging 'kamp' opvallend vaak voor in ons buitengebied, meer dan in onze buurdorpen. De Gasthuiskamp dankt zijn naam aan het Bossche Groot Ziekengasthuis, dat in onze regio verschillende boerderijen en landerijen in bezit had. Het landgoed van 68 hectare werd eigendom van de natuurliefhebber Jan Henrik Hoogerwou van Liempt. Na zijn dood schonk zijn vrouw het natuurgebied aan de stichting Het Brabants Landschap.

Het fluitje van de goudvink
We lopen door een kannidassenlaan de Overkamp verder in, en na een bochtje-naar-rechts volgen we een pas aangeplante houtwal, die prima past in dit gevarieerde landschap. Hier kom ik regelmatig putters en sijzen tegen, die zich tegoed doen aan het aanbod van de zaden en vruchten van de Brabantse houtwal: vooral de elzen lokken veel trekvogels in het najaar door hun mini-zaadkegeltjes, de elzenproppen. Op zijn Schijndels: de pröp, zoals de meervoudvorm in ons dialect vaak het umlaut gebruikt om op een simpele manier woorden af te korten (denk aan: bööm, pööl, stüül) Maar juist in de Gasthuiskamp spits ik de oren als ik mijn favoriet onder de houtwalbezoekers hoor: de goudvink! Zijn melancholieke zachte fluitje herken je meteen, en ik krijg ook vaak antwoord als ik terug fluit. Maar als je hem in de kijker hebt, krijg je meteen kippenvel: zijn kleurenpalet (ja, alléén de mannetjes) blijft je fascineren.

Dikke eiken
Na een bruggetje over een droogstaande sloot komen we bij een statige eikenlaan, die ons dwars over een weiland voert. Wat een imposante dikke eiken, zeker tweehonderd jaar oud. Ze hebben met hun wortelstelsel hun eigen eilandjes gemaakt in een lemige bodem, en zich als het ware omhoog gewerkt om het hoofd boven water te houden. Bij de driesprong slaan we linksaf, en lopen we tussen kannidassen en eiken. De eerste zandweg rechts; hier volgen we de bosrand. Bij de eerste afslag gaan we linksaf (richting wandelknooppunt 29). Het eerste pad rechtsaf, bij de slagboom. Dit pad leidt ons tussen jonge kannidassen, met aan het eind een mooi doorkijkje naar links over een typerend Gasthuiskamp-hooiland. Een favoriete plek voor de reeën in dit gebied, en dat is goed te zien aan de vele sporen in de grond.

Kardinaalsmutsen
We passeren een poel die kort geleden nog flink onderhanden is genomen om de salamanders in het voorjaar weer voldoende leefruimte te bieden om hun bruiloft te kunnen vieren. Hierna passeren we een houtwal met mooie kardinaalsmuts-struiken, die op dit moment blikvangers zijn met hun roze-met-oranje vruchten. We houden bij een woonboerderij het pad naar links aan; de mensen die hier wonen moeten wel echte natuurliefhebbers zijn; hun uitzicht is in ieder geval benijdenswaardig. Bij de eikenlaan gaan we tegenover het toegangshek van de boerderij linksaf, en lopen we over een mooie eikenlaan richting de Boxtelseweg. Ik kom hier regelmatig reeën op korte afstand tegen, dus ben alert.

Dassenwissel
Aan het eind van de laan komen we bij de ijzeren poort, speciaal aangelegd voor de dassen-tunnel. De dassen worden dankzij deze 'geleiding' gedwongen om een veilige oversteek van de Boxtelseweg te nemen, die een stukje verder naar links is gerealiseerd. Wij gaan de poort door, lopen ook naar links over het fietspad, en zien na honderd meter een houten balk over de sloot, waar de dassen hun oversteek maken. Als je de overkant goed bekijkt, zie je duidelijk de wissel waar de dassen dagelijks gebruik van maken.

Paddenstoelenpad
We volgen het fietspad ongeveer een kilometer, en lopen nu tussen de Geelders en de Gasthuiskamp. Bij hectometerpaaltje 4,2 gaan we linksaf het bos in, en passeren een slagboom met een welkomst-bordje van Brabants Landschap. De beukenlaan waar we nu lopen, geeft altijd veel kansen op paddenstoelen. Aan het eind volgen we het smallere pad naar rechts, en lopen onder een bosje naaldbomen. Hierna zien we aan de randen restanten struikheide, wat een duidelijke hint is richting een voormalig heidegebied. Bij het ijzeren hek passeren we het voetgangerssluisje, en gaan we linksaf bij de verharde weg. Na vijfhonderd meter hebben we ons 'rundje' rond.

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl