‘Big Jack’ MacDougal and Richard Massey, ‘The British fighting spirit’

SCHIJNDEL - Er is veel over de bevrijding van Schijndel tijdens de roemruchte maanden september en oktober 1944 geschreven en onderzocht, maar deze periode heeft nog veel mysteries te onthullen. Deze week in de serie ‘De bevrijders van Schijndel’, het verhaal van sergeant Jack ‘Big Jack’ en Corporaal Richard Massey van de 5th Queens Own Cameron Highlanders Anti Tank Company.

De 5th Queens Own Cameron Highlanders was een infanterie eenheid (regiment) van de 51st Highland Division. Omdat de infanterie kwetsbaar kan zijn voor de vuurkracht van Duitse tanks kregen ze ondersteuning van zes pounder antitank kanonnen. Deze kanonnen waren sterk genoeg om Duitse tanks en voertuigen uit te schakelen. De Cameron Anti Tank Company was tijdens de bloedig afgeslagen aanval van de 5th Queens Own Camweron Highlanders op Schijndel op 23 Oktober 1944 niet betrokken (ze zaten in de achterhoede, klaar om mee op te rukken), maar wel bij veel andere acties bij de bevrijding van Europa.

‘The British fighting spirit’ gaat over de bijzondere Britse wilskracht om om te gaan met het vernietigende karakter van de Tweede Wereldoorlog. Het Britse volk ontwikkelende een soort van droge humor en onverstoorbaarheid om zelfs persoonlijke verliezen te verwerken, zoals de dood van een familielid. Maar voor Groot-Brittannië gaat het ook over een sterke militaire traditie. De verschillende legeronderdelen en regimenten waren trots op hun geschiedenis en prestaties. Zelfs de regimenten van de 51st Highland Division, ook al vochten ze samen in de strijd, konden op verlof met elkaar, maar vaak sportief, met elkaar op de vuist gaan. Sergeant George Sands van de Cameron Highlanders vertelde zijn zoon Richard eens "de Black Watch dachten dat ze de beste waren, maar wíj wisten dat wíj dat waren". Toen de Camerons en Seaforths in het begin van de jaren zestig werden samengevoegd, om het begin van de Queens Own Highlanders te vormen, was de algemene mening "waarom moeten de Camerons zich bij die shit aansluiten". Het was goed voor het moreel van de regimenten om zich van elkaar te onderscheiden. De verschillende Schotse regimenten vochten altijd tegen elkaar, uit trots, maar als iemand anders hen bedreigde, zouden ze allemaal samen zijn, en meestal zou het tegen de Yanks (Amerikanen) zijn die vanaf 1942 met honderdduizenden Groot-Britannie werden gestationeerd voor de invasie in Normandie bijvoorbeeld.

Richard Massey vertelde eens dat hij een weekendpas kreeg om op verlof te gaan naar Brussel. Maar hij had geen geld en wilde niet gaan. Maar zijn sergeant Jack ‘Big Jack’ MacDougal vond dat ze toch moesten gaan, geld of geen geld. Ze belandden uiteindelijk in de 'Cosy Rosie's' bar, die vol zat met ‘Yanks and Jocks’ (Amerikanen en Engelsen, waar de Schotten van de Camerons altijd wel mee wilden vechten). De exotische dansers deed haar act en vroeg op een gegeven moment een luidruchtige Amerikaan om met haar te dansen op het podium. Toen ze op een gegeven moment horizontaal op het podium lagen zei Big Jack tegen Richard, terwijl hij de laatste teug van zijn sigaret nam, “get ready” en drukte de peuk uit op de blote borst van de Amerikaan. Verschrikt vielen hij en de danseres van tafel en begon iedereen met elkaar op de vuist te gaan. Big Jack zei vervolgens tegen Richard "You line them up and I'll take care of them", en vloerde iedereen tegen de grond. Big Jack was onverschrokken en een grote man van bijna twee meter. Na het weekend moesten de Camerons in het gelid staan voor inspectie. Richard Massey had een flinke blauwe oog van Cosy Rosie’s bargevecht, maar probeerde zijn Tam O’Shanter (baret) over zijn oog te trekken. De officier Captain Douglas Beaton, liep langs de rijen en toen hij achter Richard stond vroeg hij " You been chopping wood in bed, Massey?". "Something like that Sir". "Did you get him Massey?". "I got him big time Sir". " Good lad Massey, I'm proud of you".

Richard Massey haalde meer kattekwaad uit. In een mobiele badhuis achter het front had hij zich net gewassen en aangekleed toen hij een rij ontblote sergeanten zag staan bij de wasbakken die zich druk aan het wassen en scheren waren. Snel rende hij langs ze heen en gaf ze, onzichtbaar in de stoom van het badhuis, zo hard als hij kon een flinke tik op hun billen. Later vertelde hij dat hij minstens 20 minuten hard heeft moeten rennen om de woedende officieren van zich af te schudden die hem achterna renden.

Wil je meer weten over de bevrijders van Schijndel? Het boek ‘De bevrijders van Schijndel is nog steeds verkrijgbaar bij Her en Der, het VVV in Schijndel of te bestellen bij de auteur Dirk Paagman dirkpaagman@hotmail.com.

 

 

 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl