Ilja Leonard Pfeijffer - Peachez, een romance

‘Peachez, een romance’, de nieuwe roman van Ilja Leonard Pfeijffer, past helemaal in deze tijd van digitalisering en globalisering, van echt en onecht. De hoofdpersoon vindt zijn geliefde Sarah Peachez via internet. Naarmate de tijd vordert, wordt hun mailverkeer steeds intiemer en gaat dit van haar kant met steeds onthullender foto’s gepaard. Dat het verhaal echter een slechte afloop kent, geeft Pfeijffer (1968) direct aan het begin van zijn roman prijs. Immers, hij laat de hoofdpersoon de geschiedenis, die kennelijk tot zijn opsluiting heeft geleid, beschrijven in zijn gevangeniscel in Buenos Aires. Bepaald geen happy end dus van deze 'romance', die evengoed boeit, onder meer door de spanning die Pfeijffer weet op te bouwen en vast te houden. Je weet dat het ergens goed fout zal gaan, maar wanneer en hoe zijn vragen, die je steeds nieuwsgieriger maken. De zeer verrassende afloop ga ik natuurlijk niet verklappen.   

Toch zijn de spanning en de plot van de roman, die geen echte liefdesroman in de gebruikelijke zin is, van secundair belang. Pfeijffer geeft er namelijk een filosofische draai aan, hij wil iets aantonen omtrent de liefde. Hij laat zien dat liefde voor een ander vaak gebaseerd is op het idee dat die ander in staat zal zijn aan al je wensen en verlangens te vervullen. De verteller en tevens hoofdpersoon, een al wat oudere hoogleraar in de klassieke talen, staat aanvankelijk erg sceptisch tegenover Sarah, maar laat zich gaandeweg hun mailverkeer toch verleiden en gaat geloven dat zij de grote liefde van zijn leven is. Daardoor is hij bereid zijn hele leven overhoop te halen en tevens in staat zijn levenslange vliegangst te overwinnen. In zijn gevangeniscel schrijft hij: “In het paars was zij mijn bruid. In het rood lag zij met hoorntjes als klimop over de bank. In het zwart was zij bijna doorzichtig. In het wit was ze zomer en verdiende ze de duurste cocktails van de kaart”.

Pfeijffer legt zijn 'proffie', zoals Sarah haar held liefkozend noemt, de ene schitterende volzin na de andere in de mond en laat hem uitmunten in retorica en logica, passend bij een man van zijn statuur. Dat is een ander sterk aspect van de roman, voortkomend uit Pfeijffers grote schrijftalent, dat het leesplezier zeer bevordert. Maar uiteindelijk gaat het de schrijver om een aantal inzichten die aan dit verhaal te ontlenen zijn: dat ware liefde niet egoïstisch maar altruïstisch is en dat geven in de liefde geen ander doel kent dan het geven zelf. En dat we ons vaak een beeld vormen van de geliefde, dat 'zelden een logisch gevolg is van een objectieve evaluatie van de kenmerken en karaktereigenschappen van de ander'. Ons geloof, onze hoop en onze liefde projecteren we desalniettemin wel op dat gekoesterde, maar vaak foutieve beeld. Bij de evaluatie van de liefdesgeschiedenis in deze ideeënroman trekt Pfeijffer bovendien nog een interessante parallel met religie, met de liefde van de mens voor God. Ik kan u dit bijzondere, fascinerende en leerzame boek sterk aanbevelen!

Jan Geerts

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl