Teerdag loopt uit de hand

De oudste vermelding van ons Catharinagilde dateert uit 1450 in welk jaar in het testament van Vrouwe Haywig een Catharina-altaar wordt vermeld. Het zal me overigens niet verbazen als het gilde zelf ouder is, maar dat valt niet te bewijzen. Feit is wel dat dit gilde traditiegetrouw een jaarlijkse teerdag hield. Of die in het verleden altijd vreedzaam is verlopen, durf ik te betwijfelen, want ‘de drank in de man’ leidt soms tot nare gevolgen. Zo ook op de teerdag van de schutterij op de feestdag van St. Catharina 1756 in de herberg van een zekere Gijsbertus Hendriks van der Heijden. Dat in het schepenprotocol een ‘interrogatie’ of ondervraging is opgetekend duidt erop dat deze teerdag min of meer uit de hand was gelopen. De Heer Paulus Ekringa, de stadhouder van het kwartier van Peelland waaronder Schijndel ressorteerde, gelastte de schepenen om de zaak nader te onderzoeken. Opgetrommeld werden Jan Eijmbers Verhagen, Mattijs Simons Verhagen, Jan Faasse van Nistelroij en Symon Eijmbert Verhagen. Rond 8 of 9 uur in de avond hebben ze in die herberg Hendricus Cornelis van der Heijden, Casper Cornelis van der Heijden en Arnoldus Cornelis van der Heijden zien zitten. Hendricus zou op een bepaald moment geroepen hebben naar Jan Eijmbers Verhagen die bij het vuur zat: “Komt drinkt eens mee!” Jan, die bij het vuur zat, stond en liep nietsvermoedend op Hendricus toe. Al vrij snel ontstond er een heftige woordenwisseling tussen hen beiden en meteen deelde Hendricus enige vuistslagen uit richting Jan. De omstanders hadden volgens hun verklaring  gezien dat Hendricus een mes in de hand hield. Het kon niet uitblijven of Jan liep diverse snijwonden op, zelfs door zijn kleren heen. Jan deinsde terug en belandde in de keuken en onder de nodige lamenterende woorden probeerde hij uit de greep van Hendricus te geraken. Andere gasten wilden toesnellen om Jan verder te beschermen, maar de vier broers Van der Heijden vormden acuut een cordon en wisten iedereen te beletten Jan uit zijn benarde situatie te redden. De dader werd te verstaan gegeven dat ze hem over deze brute handelwijze zouden aanklagen, waarop die smalend antwoordde: “Doe dat maar Gijsbert oom!” Bovendien raakten ook anderen slaags en iemand zou geroepen hebben: “Godt doyme swijgt stil of ik sneij uw ook!”, maar daar wist men het fijne niet meer van. Deze ondervraging werd 6 december 1756 geleid door Nicolaas Zijnen als gecommitteerde van de officier ten raadhuize van Schijndel ten overstaan van Isacq Scriba, Antony Wijnen en Jan Beex, de schepenen, en opgetekend door de toenmalige secretaris H. Rijsterborg.    

Bron: BHIC 5122 inv.nr.161 folio 177 e.v.

Henk Beijers belicht in de rubriek ‘Oud Nieuws’ historische feitjes uit Schijndel. Hij doet al sinds 1970 archiefonderzoek en heeft de onderzoeksgegevens gebundeld op zijn website www.henkbeijersarchiefcollectie.nl. Beijers is onder meer coördinator van de historische werkgroep van Heemkundekring Schijndel.

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl