In ondertrouw bij de predikant

In ondertrouw gaan kon vroeger bij de schepenbank of bij de predikant. Als je als weduwe of weduwnaar voor de tweede of derde keer in ondertrouw ging, werd eerst een ‘staat en inventaris’ van al je bezittingen opgemaakt. Kwam je van buiten Schijndel dan werd je geacht een geldige ontlastbrief, borgbrief of een zogenoemde akte van cautie (= zorg) te hebben, ten teken dat je indien nodig aan de zorg van de Armentafel of H. Geesttafel kon worden toevertrouwd.
Men had Adriaan Janse Verhagen opgeroepen om te getuigen. Op 28 november 1761 arriveerde hij bij het huis van Johannes van Kessel, gelegen omtrent het ‘kerkenhuijs’ ofwel de schuurkerk waar de roomsgezinde Schijndelaren bijeen kwamen voor hun godsdienstige vieringen. De grote Servatiuskerk was sinds 1648 immers in handen van een handjevol protestanten.
Eenmaal binnen zag Adriaan in één van de kamers predikant Petrus Grootveldt zitten, de Heer J. Le Fevre, juffrouw Maria de Bruijn en haar broer Joost of Joseph de Bruijn. Verder was er niemand in de kamer aanwezig. De predikant heette de aanstaande bruid en bruidegom die gekomen waren om in ondertrouw te gaan, van harte welkom. Vervolgens vroeg hij Adriaan ‘den heiligen eede’ af te leggen als getuige. Door de predikant werden daarna de gebruikelijke vragen gesteld, waarna de akte van ondertrouw ondertekend kon worden. Nadat alle formaliteiten waren gepasseerd, sprak de dominee hen kort toe en wenste het jonge paar veel geluk en zegen en onmiddellijk daarop werd het glas geheven en dronk het gezelschap een goed glas wijn. Of het heffen van het glas standaard was durf ik niet te beweren, want het is de eerste keer dat ik het in al die jaren archiefonderzoek heb aangetroffen. De akte was 23 december 1761 definitief ingeschreven in het schepenprotocol en ondertekend door Adriaan Verhagen, Dielis Bartel Schevers, G.H. van Beverwijk en secretaris H. Rijsterborg.
Om iets meer van het bruidspaar te weten zocht ik naar hun namen in het trouwboek 1740-1865 dat zich bevindt in het archief van de Hervormde Gemeente Sint-Michielsgestel, Schijndel en Liempde. Daar stond aangetekend: “Schijndel den 28 november 1761 sijn in wettige ondertrouw opgenomen De Heer Johan Nicolaas Le Fevre de Martigny geboren te ‘sBosch ’t laatste gewoond hebbende te Schijndel dogh thans sedert eenige maanden te Dinther sous lieutenant ten dienste deeser landen j.m. [= jongeman] met Juffrouwe Maria de Bruijn j.d. [= jongedochter] geboren te St.Oedenrode thans woonachtig te Veghel, getuige voor de bruid desselfs broeder Joseph de Bruijn cadet onder de artillerij deeser lande voor soo veel het vaderlijk consent aangaat.”

Henk Beijers belicht in de rubriek ‘Oud Nieuws’ historische feitjes uit Schijndel. Hij doet al sinds 1970 archiefonderzoek en heeft de onderzoeksgegevens gebundeld op zijn website www.henkbeijersarchiefcollectie.nl. Beijers is onder meer coördinator van de historische werkgroep van Heemkundekring Schijndel.

bronvermelding:
BHIC 5122 inv.nr.163 Schepenprotocol van Schijndel folio 356 en 357
BHIC 178 Collectie Rijksarchief inv.nr.94 Resoluties van de Staten Generaal folio 439 [16.8.1756]
Fotoarchief Zusters van Liefde van Schijndel en BHIC 258 inv.nr.676 pag.25

Foto:
De pastorie van pastoor Antonius van Erp in de Laagstraat (de oude benaming voor de Pastoor van Erpstraat) waarin hij op 1 november 1836 de eerste zusters van zijn eigen congregatie huisvestte en links daarvan lag de oude schuurkerk.

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl